Elle ’s appelle Sabine … autisme in de film

Zaal twee in de Sfinx in Gent zit bijna driekwart vol als ik de filmzaal kom binnengewandeld. Op uitnodiging van de Vlaamse Vereniging Autisme ga ik naar de documentaire Elle s’appelle Sabine kijken. Bij de ingang van de filmzaal staat een standje met boeken en informatie over autisme.

Elle s’appelle Sabine is een docu van Sandrine Bonnaire over haar zus. De Sabine uit de titel staat centraal. Voor en na een periode van psychiatrische opname. Bonnaire zelf is een actrice. Bij mij onbekend maar in Frankrijk blijkbaar gevierd. De documentaire filmt ze zelf en voorziet ze van commentaar. Ze is al eens getoond op de Franse televisie.

Sindskort loopt de documentaire in enkele kleine zaaltjes in ons land. Het is duidelijk dat het niet gaat over een film voor de grote massa. Elke vergelijking met kaskrakers als Ben X of Rainman, of zelfs meer obscure films als Snowcake en Mozart & the Whale, loopt mank. Ben X is een verhaal, Sabine is een documentaire. Beide films tonen hetzelfde. Weliswaar voor een ander publiek, hetzelfde. Een wereld verschil. Dezelfde basis.

Op zich toont Sandrine Bonnaire in haar documentaire weinig nieuws. De leefgroepen waar haar 38-jarige zus momenteel haar dagen doorbrengt zijn me bekend. De desastreuze gevolgen van medicatietherapie tijdens internering en de onwetendheid over autisme in de psychiatrie zijn geen verrassingen.  Wat niet weg neemt dat ze mogen getoond worden, Of ze door de manier waarop Bonnaire ze in beeld brengt, ook een ruimer publiek bereiken, is twijfelachtig. De documentaire ‘Het leven zoals het is:  de gezinsverpleging in Geel’ is op dat punt toegankelijker voor buitenstaanders.

In haar documentaire wisselt Sandrine Bonnaire de beelden van het instellingsleven af met familiefilmpjes van Sandrine als levenslustig jong meisje. Als achtergrondstem vertelt Sandrine hoe haar bizarre zusje in de loop van de puberteit het steeds moeilijker krijgt  met de schoolse context. Sabine vind geen aangepast onderwijs meer.  Ze krijgt de ene ongepaste diagnose na de andere.

Sabine woont eerst bij haar moeder. Die haar zo goed en zo kwaad als het kan verzorgt. Ze blijkt redelijk zelfstandig. Ze rijdt door het dorp op haar scooter. Ze maakt poppen als hobby. Ze blijkt zich dus, voor zover dat uit het beeldmateriaal is op te maken, te beredderen.

Door diverse omstandigheden, zoals de dood van haar broer en verhuis van haar zussen, raakt ze haar emotioneel en psychisch evenwicht kwijt. Ze wordt agressief en onhandelbaar.  Haar zussen merken dat ze op zoek moeten naar een instelling waar ze kan wonen. Ze kloppen overal aan. Nergens blijkt plaats. Er rest niets anders dan een psychiatrische instelling. Waar ze Sandrine dan laten opnemen. Zonder te weten waar ze aan beginnen. Als laatste toevluchtsoord.

In die psychiatrische instelling wordt ze vijf jaar lang met medicatie behandeld. Een beperkte en vooral repressieve behandeling. Van de periode in de instelling of van de behandelaars is er beperkte inbreng in de documentaire. Het zwarte beeld met de achtergrondstem geeft zowel de inbreng als de betekenis weer. Het zwarte gat. De vergeetput van de psychiatrie. De deskundigheid van de zelf ingeroepen wetenschappelijke objectiviteit van bepaalde psychiaters duldt geen tegenspraak. Niet van de familie. Die deel van het probleem wordt beschouwd. Niet van andere deskundigen. Die door de familie opgestookt worden. Zeker niet door anderen, die buitenstaander zijn.

Het is  dan ook een wonder dat de familie na vijf jaar Sabine uit de handen van de psychiatrie weet te ‘redden’. Na vijf jaar opname is Sabine veel kilo’s bijgekomen, zijn haar motorische en verstandelijke mogelijkheden erop achteruit gegaan en is ze beginnen kwijlen. Aan wat dit ligt, is moeilijk op te maken. Volgens de documentaire is deze achteruitgang in ontwikkeling een gevolg van ongepaste medicatie, ongepaste diagnoses en beperkte ondersteuning. Na die vijf jaar opname is ze volgens de documentaire geëvolueerd van bizar labiel naar psycho-infantiel met autistische trekken. De ‘revalidatie’ kan beginnen. Zo die überhaupt al mogelijk is.

Binnen de psychiatrische voorziening is weinig bekend over autisme. Ook daarbuiten niet. In Frankrijk is minstens een deel van de geestelijke gezondheidszorg in de late negentiende eeuw gebleven. Ook in Vlaanderen zijn er nog behoorlijk wat psychoanalytici die autisme alleen kennen uit oude boeken. De psychiater die in de documentaire aan het woord komt, komt onwezenlijk over. Veel jargon, weinig inhoud.

De machteloosheid staat in deze documentaire centraal.

Elle ’s appelle Sabine is een documentaire die beklijft en bijblijft. Het vertelt een verhaal van twee zussen. Het brengt woede over. Het stelt vragen. Toch toont de documentaire ook de tederheid van Sandrine die niet langer de Sabine van haar jeugd herkent.  Ze oordeelt volgens mij wel te snel. Begrijpelijk, vanuit haar gevoel van onmacht. Ze stelt zich niet de vraag of dit een gevolg is van de aftakeling van een ziekte. Een ziekte die niet het autisme is. Of het misschien te maken heeft met de invloed van familiale omstandigheden en opvang. Of het allemaal te maken heeft met het medische apparaat. Voor haar gaat het vooral over de beperkingen van het psychiatrisch bestel. Die haar zus dwongen tot een gedaanteverwisseling. Tot een aftakelingsproces.

De enscenering getuigt van artistiek inzicht en van veel werk. Toch lijkt de documentaire op sommige momenten te sterk gekleurd en niet eerlijk gefilmd. Bij momenten soms zelfs wat te betogend.

Het is een intieme documentaire geworden. Die ons een blik gunt in de wereld van iemand die opgroeit met een complex anders-zijn. Hoe de samenleving daarmee omgaat. Zonder de schade te bagatelliseren. Zonder de stuipen, schreeuwen en onmogelijkheid om langer emoties te verwerken weg te knippen.

Sabine lijkt de ambitie gehad te hebben een ‘het leven zoals het is’ te zijn. Een reality-film. Dat is de docu niet geworden. Want het is is maar een deel van dat leven. Een documentaire vanuit de visie van een zus.

Sommige fragmenten zijn erg aangrijpend. Andere stukken lijken eerder goedkoop sentiment.

Twee fragmenten zijn het meest aangrijpend. Het fragment met de moeder die over haar zwaar epileptische jongen praat. Het fragment dat toont wanneer Sabine kijkt naar de dvd die Sandrine maakte over de reis naar New York die ze voor de internering maakten

In het verhaal van de epileptische jongen zag ik, behalve zijn stuipen en de zelfverwonding, ook de invloed van de medicatie. Die iemand in een staat van praktisch verstandelijke onnozelheid kan brengen. Zoals de moeder zelf ondervond toen ze per ongeluk zo’n pilletje inslikte. Ook het schuldgevoel die de moeder heeft, trof mij. Je mag het dan wel rationaliseren, het blijft.

De reactie van Sabine bij de beelden die ze te zien krijgt van haar reis naar Amerika, trof mij ook. Deze reis krijgt een prominente rol in de film. Het zegt veel over Sabine dat ze als kind al sterk gefascineerd is door Amerika. Misschien is dit ‘au-delà’ Het ‘verreweg’. Het ‘Shangri-La’ dat haar verstand zoekt. De vluchtweg van de verbeelding. Los daarvan tonen de beelden wel een Sabine die straalt. Die in een roes leeft. In haar ogen merken sommige mensen al een aankomende waanzin. Een leven dat al op de rand balanceert.

De Sabine die al die jaren later naar de beelden kijkt, is een wereld verschil. De tranen die ze toont over het verschil zijn in elk geval echt. Haar ongecontroleerde hartenkreet ook.  De gevoelens die er niet meer uit kunnen nog veel meer. Als ik buiten wandel in de Gentse buitenlucht, blijf ik toch met veel vragen. Wat zou er anders van haar geworden zijn? Mocht ze niet psychiatrisch verzorgd zijn. Wie zal het zeggen?

Geschreven op 22 maart 2008