Bison Futé

Wie al eens op vakantie is geweest naar Frankrijk, zal het woord ‘Bison Futé’ niet vreemd in de oren klinken. Een papieren of virtuele gids voor alternatieve routes, alternatief aan overvolle autowegen.

Een alternatief dat een mens langs ‘la vraie douce France’ voert. Langs wijngaarden, over hobbelige wegen, vaak nog door Napoleon zelf geplaveid. Waar het verleden nooit ver weg is. Of een cross-over van Jacques Trénet met Mr Bean. Het ultieme vakantiegevoel.

[youtube=http://youtu.be/2LspsMJ486w]

“De papieren of virtuele Bison Futé behoedt menig Frankrijkreiziger voor lange files en uren van inertie, meestal in de blakende zon met schreeuwende, onrustige of wenende (klein) kinderen op de achterbank. Deze gids bezorgt ons comfort, zodat we hen minder lang moeten kalmeren met allerlei nummerplaatspelletjes, populaire liedjes of straffe sprookjes. De Bison Futé zorgt ervoor dat reizigers zo snel en veilig mogelijk op de eindbestemming geraken. En dat is niet noodzakelijk via de autoweg.”

Aldus Fons Leroy, afgevaardigd bestuurder van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, en in zijn vrije tijd verkoper van de Bison Futé-gids.

Fons Leroy gebruikt de Bison Futé in een van zijn blogs als beeldspraak. Hoewel hij het beperkt voor de arbeidsmarkt en het arbeidsmarktbeleid. Volgens hem kunnen of hoeven niet alle mensen via de snelweg naar (voltijds of deeltijds) betaald werk.

Uiteraard is dat laatste geen vloek, maar het mag niet leiden tot oververhitting of uitbranding en andere accidents de parcours. Natuurlijk is het andere extreme, zoals Hans Achterhuis verwoordt (‘ik wou dat ik een vulkaan was, dan kon ik lekker roken in de zon en de mensen zouden zeggen ‘kijk, hij werkt’), ook niet ideaal. Roken in de zon … het is alvast niet aan mij besteed.

Heel wat mensen zijn onderweg op de Bison Futé. Nemen de afrit naar een landweg uitgestippeld met een aantal overnachtingen in een Gîte d’Etape. Sommigen trekken met caravan, anderen met kar en paard, en nog anderen te voet. Er zijn die te fiets zijn, en niet willen afstappen. Of zij die bij wijze van spreken kruipen.

Soms moet de weg nog gebouwd worden, is er alleen een paadje met enkel een kompas en/of een (on)ervaren gids om een weg te banen. Sommige mensen blijven thuis of elders, onderweg, bouwen een leven uit stukjes, een mozaïek van stukjes ervaring. Maar ook bij hen is er steeds de kans om de draad weer op te nemen en de meest leefbare of haalbare route te kiezen.

Zelf ben ik nooit echt op die snelweg geraakt. Niet naar (betaald) werk noch op andere levensdomeinen. Achteraf bekeken was dat al tijdens de schoolperiode duidelijk. Niet zozeer door de kwaliteit van het onderwijs, wel door er niet bij zijn. Het kostte me wel enkele jaren om me daarmee te verzoenen.

Dat er enorm veel geduwd en getrokken is aan mij – gestimuleerd, geactiveerd, gemotiveerd, geshockeerd – heeft daar niet bij geholpen. En had een nefast effect op mijn tocht. Het voegde alleen een intern psychisch conflict en later trauma toe aan het externe maatschappelijke conflict.

Er zijn mensen, ook met autisme, die vinden dat het ‘lekker gemakkelijk” is om ‘zielig te doen’ en thuis te blijven. Er zijn mensen die vinden dat de redenen om niet te (willen) werken nergens op slaan of gewoon gemakkelijk geldgewin is. En sommige mensen verklaren dat we moeten kijken naar de kracht in onszelf, ‘vol pit en ambitie’. Geen van die meningen brengt mij veel verder.

Leren leven met de vaststelling dat ‘meedoen’ niet in je levensverhaal voorkomt, het is een voltijdse opdracht. Zeker als iedereen in je omgeving de handen vol heeft en beloftevol en succesvol bezig is. Zeker als er tegelijk in de media en in de gemeenschap waarin je actief bent steeds meer druk komt.

Wat je eraan kan doen? Aanvankelijk probeer je het vooral te negeren. En hard proberen er iets van te maken. En geduldig proberen te leren wat er van je verwacht wordt. Als anderen het kunnen, moet je dat zelf ook kunnen.

Maar stilaan krijg je signalen dat het niet meer lukt. Lichamelijke of psychische signalen. Of signalen uit de omgeving. Die je eerst niet verstaat of gewoon wegwuift. Want het is onbegrijpelijk dat anderen niet inzien dat wat je doet of zegt alles zegt over wie je bent en wat zij doen of zeggen alles zegt over wie zij zijn.

In die fase probeer je de schuld in iemands anders schoenen te schuiven. Het is de schuld van iemand anders, de maatschappij (‘rot van aard’ of ‘ziek’) of de opvoeding.

Zoals iemand met de diagnose (klassiek) autisme me onlangs schreef: “Zelf vond ik de overgrote meerderheid der mensen gewoon extreem langzaam van begrip, weinig creatief, totaal niet autonoom en onafhankelijk denkend, weinig verantwoording nemend voor eigen denken, voelen en handelen. Kortom, ik heb mijn hele leven lang, tot die dag ik het onverwachte oordeel kreeg, in de veronderstelling geleefd dat er iets mis is met de mensen om mij heen”.

Langzaamaan probeer je te kiezen. Meer in te zetten op één levensgebied, en andere noodgedwongen verwaarlozen. Op een gegeven moment komt dan het kantelpunt dat je van de snelweg af gaat. Dat gaat meestal samen met afscheid van (een deel van) de omgeving, van mensen die je kent of dacht te kennen.

Tussendoor zoek je jouw heil in talloze semi-wetenschappelijke bevindingen die het onverdraaglijke niet-weten over ons denken moeten opvullen. Zoals ‘wij zijn ons brein’, neo-freudiaanse uitspraken over duistere krachten in onze psyche die ons tot in het detail bepalen.

Uiteindelijk kom je in omgevingen waar je slechts geïdentificeerd als en gereduceerd tot een genetisch afwijkende brein. Met trainingen die er bij aansluiten. Waar je vervolgens tegen rebelleert en je jezelf begint af te vragen of alles wel klopt. De diagnose, het verhaal, wat je moet opgeven en wat niet.

Een volgende stap is simuleren, zo dicht mogelijk bij het leven komen dat anderen leiden. Een tijd op een plateau met hoogten en laagten, hoop weer aan te haken, vrees helemaal niets meer te kunnen. Zorgvuldig opgebouwd vrijwilligerswerk te zien afbrokkelen. Mensen moeten teleurstellen om weer een afwezigheid zonder heldere motivatie.

Maar uiteindelijk dwingen grenzen je tot er mee te leren leven. Het is te zeggen, genieten van de pauzes van drijven op lichaam en psyche. Tussen periodes van er bodemloos mee worstelen. Structuur is daarbij erg belangrijk, je leert te leven als een structuurautist.

Een eigen levensstructuur maken en die blijven aanpassen aan steeds veranderende energielevels is een blijvende uitdaging. Het is immers niet mogelijk te weten hoeveel een bepaalde activiteit zal vergeten op een bepaald moment in de toekomst. Zeker niet als je voor elke activiteit je uiterste best wil doen.

’s Morgens ben je meestal goed, dan wordt het werk gedaan. Na de middag is er een stuk meditatie, analyse, bezinning. Tot de vooravond, dan is het tijd om samen te zijn met mijn vriendin. Tenzij er een me-avond gepland is. Een avond zonder bij elkaar te zijn. Hoewel er dan toch opmerkelijk veel over en weer gesmst wordt.

Onlangs gaf iemand me een mooi compliment: dat ik goed kan analyseren. Maar eigenlijk is het vooral uit noodzaak gekomen. Zoals alles uit noodzaak komt. Zonder dat dit zich laat opdringen. Open staan voor wat komt, zonder te dwingen, is al wat we kunnen doen.

Stilaan komt het inzicht dat wat je doet op momenten dat het goed gaat de moeite waard zijn. En ophouden je te vergelijken, zowel met mensen met als zonder autisme en hun succesverhalen.

Je gaat op zoek naar energievreters maar ook naar wat deugd doet. Je gaat de confrontatie uit de weg met mensen die zich willen vergelijken. Of die weinig op hebben met mensen die ongelijkmatig leven, die alleen met vooruit en opklimmen uit het dal overweg kunnen. Of alleen het tegendeel zien, die alleen leven om te ventileren. Vandaar ook de facebook – en twitter-exit.

Leren leven met die grenzen is niet zo eenvoudig. Zeker als je ze niet ziet en pas achteraf ervaart (in het beste geval). Het is als fietsen in de mist. Je ziet het doel niet meer. Je trapt zo hard als je kan om zekerheid te hebben waar je naartoe gaat. En eens het doel bereikt, val je te pletter (omdat je dan ook nog eens terug moet).

Het is niet van bewust over grenzen gaan, of willen voldoen aan verwachtingen. Eerder aan voldoen aan mijn eigen verwachtingen. En iets doen met kritiek van anderen op inzet of je best doen. Nu probeer ik te zoeken hoe ik de lat kan leggen dat ze haalbaar ligt maar toch wat ambitieus. Hoewel die ambitie en die slinkende energie flink met elkaar botsen.

Achteraf bezien heb ik geluk gehad met mijn leven. Een lichaam dat eerst uitvalt en een psyche die zichzelf preventief beveiligt. Weinig foute mensen tegengekomen, en veel goede leraren, in de zin van mensen dat ik ervan leerde. Het had veel slechter kon lopen, ware het lot mij minder goed gestemd. Het slechtste moet dus nog komen, daar ben ik zeker van.

En nu neem ik nog een glaasje fruitstap, en geniet van het zicht, de zon, de wolken, hier in deze Gite d’Etape, langs de Bison Futé naar een (on)bekende toekomst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *