Dat gevoel van (niet) welkom te zijn … autisme en sociale omgang

Het gebeurt niet vaak dat ik me welkom voel. Soms is dat aan mij te zien, maar vaker niet. Als het aan mij te zien is, en mensen maken er mij op attent dat ik me niet welkom voel, vind ik dat vreselijk. Ik kan er niets aan doen, en wie er mij over aanspreekt kan er vaak ook niets aan doen.  Soms voelen mensen zich door mijn ongemakkelijke houding aangevallen. Dat zij er werkelijk alles doen om me welkom te doen voelen, maar het niet lijkt te lukken.

Soms ligt het aan de mensen, of de omgeving, of aan beiden. Als het aan mensen ligt, is het meestal hun stem die negatief klinkt, hun plakkerige uitstraling, de drukke gelaatsuitdrukkingen of als ze ruiken naar mimosa, Yves Saint Laurent of gefrituurde Choco Prince.

De omgeving verknalt het vaak door ongelijk gestemd kille licht, het geluid van koelkasten in te hoog toerental, en behang dat gemaakt is om aandacht eist. Ook als er pas een vracht 4-chloor 3,5-methyfenol (dettol) over de vloer is gegooid, die mij naar adem doet happen, kan ik moeilijk in die ruimte blijven.

In veel gevallen ligt het ook gewoon aan mij. Mea culpa, mea maxima culpa. Omdat ik te ver uit mijn comfortzone ben gekomen, hier niet had mogen komen. Omdat het moment er niet was. Of omdat ik te vermoeid was en me heb laten overhalen. ‘Nee’ zeggen, dat is nu eenmaal niet mijn sterkste kant. Luisteren naar mijn energietekort is dat al evenmin.

Het kan meteen duidelijk worden dat ik me niet welkom voel. Dat gevoel dat een mengsel is van de schrik om het hart, verzurende eenzaamheid, bedrukkend verdriet en opkomende misselijkheid dat me overvalt als ik ergens binnenkomt en mijn beeld van de omgeving en de mensen die er zijn, blijkt volledig fout. Dan kan ik beginnen huilen of bevriezen, maar meestal probeer ik te redden wat er te redden valt, en terug te keren, zo snel mogelijk naar huis.

Op de terugweg ben ik een beetje triest omdat het mij niet gelukt is mijn planning uit te voeren, maar toch ook blij dat ik erger heb kunnen voorkomen. Echt last van fear of missing out, iets te moeten missen, heb ik niet. Wel een schuldgevoel dat ik genoeg mijn best heb gedaan om mijn grenzen te verleggen en dat ik afspraken heb gemaakt die teveel van me vergen.

Het kan ook zijn dat het pas duidelijk wordt nadien. Soms in het midden van de activiteit. Soms op de terugweg naar huis. Dan krijg ik een figuurlijke slag, en weet ik: ik had daar nooit mogen gaan. Soms gebeurt het pas een hele tijd nadien. Midden in de nacht of terloops, op een moment dat ik het niet verwacht, bij het kerstomaatjes eten of tijdens een bezoek aan het toilet.

Zoals hierboven, op de foto, zoals er in sierlijke licht blauwe letters, boven een golvende zee, welkom wordt geheten, is het maar zelden. Of het bereikbaar is, duidelijk is wie daar woont, behalve heer bouwvakker en vrouwe potlood, is minder goed aangegeven, maar dat iedereen welkom is, dat is al een goed punt.

0 thoughts on “Dat gevoel van (niet) welkom te zijn … autisme en sociale omgang

  1. Weet je – er zijn van die dagen dat ieder van ons zich wel eens ergens niet welkom voelt. Soms weten we duidelijk waarom dat zo is, andere keren niet. We kruipen allemaal wel eens huilend terug in ons nest.
    Neem me dit alsjeblieft niet kwalijk, ik wil het autisme als problematiek niet onderschatten. Maar de laatste tijd denk ik steeds vaker dat het verschil tussen ‘jullie’ en ‘ons’ veel kleiner is dan we meestal denken.

  2. @Mieke Waarschijnlijk hebt u een andere leefkring dan die van mij, want ik ervaar net dat de kloof tussen autisten en neurotypicals steeds groter wordt.
    Maar wellicht bedoelt u met ‘ons’ die zeer kleine ‘tussengroep’ van mensen die een aangeboren voeling hebben met ‘rare’, ‘andersoortige’ en ‘gestoorde’ (voor alle duidelijkheid: ik noem ze zelf niet gestoord) mensen. Of misschien hebt u zelf een psychisch anders-zijn, of een of andere diagnose, en probeert u zich toch te associëren met die grote groep van neurotypicals. Wees gewoon uzelf, en probeer niet aan te haken bij groepen waar u van nature niet bijhoort, dat is mijn raad.

    1. Nee, beste Rowald Petrus,
      ik denk niet dat je het moet zien als een nog verder definiëren (en afbakenen) van vakjes – of soorten mensen. Laten we het simpel samenvatten: we zijn allemaal mensen. We zijn blij, hebben verdriet, voelen ons miskend. We weten niet waarom iemand anders zo boos werd, worden euforisch en begrijpen de volgende dag niet meer waarom, we zijn eenzaam alhoewel we elke dag zoveel mensen tegenkomen en met hen praten, we vragen ons af waarom we hier zijn en wat we hier lopen te doen.
      Dat dat bij mensen zoals jullie, die onder de autismespectrum-stoornis lijden, allemaal nog veel scherper en pijnlijker is, betwijfel ik niet. Maar misschien lijd ik onder iets anders waar men nog geen naam voor gevonden heeft? En misschien heeft mijn buurvrouw wel een ander probleem dat ik niet begrijp, en is het daarom dat ze mij vaak zo akelig behandelt? Dat is wat jij suggereert – en dat is best mogelijk – maar daar gaat het niet over.
      Ik ben een mens, jij bent een mens, Tistje is een mens, mijn akelige buurvrouw is een mens; al die sombere wezens die ik op straat of in de bus tegenkom, zijn mensen. Laten we ophouden met elkaar in vakjes te stoppen. JIj kan wat ik niet kan. Ik weet iets dat jou totaal vreemd is. Jij ziet dingen die ik onbelangrijk vind.
      Ik heb het diepste respect voor jullie eenzaamheid en lijden. Maar ik ben er ook. Ik steek mijn hand uit. ik zeg gewoon: “We zijn gewoon mensen. Laten we elkaar proberen te begrijpen.”
      Dat is alles. Daarmee is het niet opgelost, dat weet ik wel. Ik kan alleen maar dit herhalen: we zijn allemaal mensen. Slim of dom, handig of lomp, openhartig of introvert, bang, overmoedig, schuchter, eigenzinnig, koppig, hartelijk, eenzelvig. En allemaal – ja echt waar, allemaal – kennen we dat gevoel van: o jee, ik hoor hier niet thuis. Wie ben ik? Wat doe ik hier?
      Allemaal. Geloof mij.
      Mieke Felix

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *