Foto van Reed Naliboff op Unsplash

Ergens mee beginnen, daar droom ik vaak over. En, nog veel meer, ergens mee ophouden. Het zou iets te maken hebben met autistische traagheid, dat eigenaardig fenomeen van worstelen om van taak, richting en focus te veranderen. Wanneer ik het wil, en maar, toevallig of niet, vooral wanneer ik het moet (en misschien liever niet wil). Ik schreef er blijkbaar vorig al een artikel over op deze blog.

Het is geen luiheid, of niet willen ingaan op verwachtingen, voorwaarden of eisen van anderen. Het is iets willen, maar er niet toe komen. Het ligt tussen ambitie voor het onmogelijke en het onvermogen tot iets vanzelfsprekends. Niet omdat het saai zou zijn, of ik het niet graag zou doen. Nee, het heeft meer te maken met mezelf er niet toe kunnen brengen eraan te beginnen. Om een of andere voor mij onverklaarbare redenen.

Niet lullen, niet om de hete brei heen draaien, maar er gewoon mee beginnen, het afronden en dan maar weer verder. Zo klinkt de stem van mijn innerlijke criticus. Om vervolgens een veelheid van invalshoeken, plannen van aanpak en schematische uitvoering op mijn innerlijk netvlies te projecteren.

Laat ik een voorbeeld geven: de berg afwas die daar staat te blinken. Ik hoef er niet van overtuigd te worden dat het hoogstnodig is eraan te beginnen. Ik ben mij bewust van mijn verantwoordelijkheid. En, echt waar, ik vind afwassen heerlijk. Ik hou ervan met mijn Dishmatic bergen vaat te verwerken. Ik zie mezelf op een afstand genieten van het sopje, fluitend en neuriënd, vrolijk, goedgemutst. Het is een weldaad voor het oog.   Alleen, ik kan er mij niet toe brengen eraan te beginnen.

Een ander voorbeeld: mijn dagelijkse wandeling. Ik hou van wandelen. Al dan niet ergens heen. Met of zonder mijn oortjes op, met een van mijn favoriete podcasts: Nerdland, de onmisbare interviews van Alex Agnew, Touché, Interne Keuken, de 3 boeken van, een van de vele podcasts rond autisme … Alleen lukt het me nu niet om op te staan, mijn schoenen aan te trekken en de deur te openen. Ook al is het een heerlijk wandelweertje, en kwispelt de innerlijke hond in mij al aan de deur om naar buiten te rennen.

Intussen heb ik al bijna de hele bibliotheek klassiekers over uitstelgedrag en ‘motivational’ handelen uit, maar nog niet veel wijzer. Ik ken de beroemde uitspraak van schrijver Mark Twain: “Wanneer je je dag begint met het eten van een levende kikker, kan je met een voldaan gevoel de dag doorkomen, wetende dat dat waarschijnlijk het ergste was dat je die dag zal overkomen”. Voor wie minder op heeft met metaforen, betekent dat zoveel als: plan, stel prioriteiten en werk alleen aan de zaken die daadwerkelijk belang hebben, al de rest kan je gerust uitstellen. De ‘motivational’ spreker Brian Tracey schreef er een klassieker over uitstelgedrag rond: ‘Eat that frog: de methode om superproductief te worden’.

Alleen, ik ben een dierenvriend en heb het niet zo voor kikkervlees, zeker niet als het nog levend is op de koop toe. Dat valt zwaar op mijn maag, en ik krijg er buikpijn van. Ja, superproductief zijn, daar krijg ik krampen van, en wind in mijn buik. Of zoals mijn psychiater zegt: mijnheer krijgt er flatulente buien van.

Bovendien heeft mijn vorm van traagheid niet echt veel met uitstelgedrag te maken. Als ik dan toch een boek zou willen aanraden dat enigszins beschrijft aan welke aandoening ik lijd, dan is het misschien de klassieker Oblomov van de Russische auteur Gontsjarov. Een boek dat ook prachtig verfilmd is. Voor wie houdt van trage films weliswaar. Het is niet bepaald een actiefilm.

Oblomov is, zowel in het boek als in de film, een jongeman die vergeefse pogingen doet om te besluiten tot actie over te gaan. De eerste 150 bladzijden van het boek slaagt er net niet in op te staan. Sommigen zouden hem lui noemen, maar dat klopt niet volgens mij. Hij weerstaat gewoon ontzettend goed de verwachtingen en ‘peer pressure’ om zich druk te maken over bijkomstigheden waar anderen hun tijd mee verliezen. Als er iemand weet wat onthaasting is, dan is het wel mijn vriend Ilja Oblomov.

Het zal u niet verwonderen dat ik vooral met de overgangen worstel. Eens ik aan de gang ben, en daar verschil ik van Oblomov, is er geen stoppen meer aan. Eens ik me gericht heb op een bepaalde actie, is het moeilijk om mijn focus naar iets anders te verplaatsen. Van ‘rol’, van functie, van sjabloon, van actie veranderen, dat vergt veel energie voor mij, en dat gaat vaak samen met veel gebrom, gezucht, gevloek soms.

Naarmate ik ouder word, slaag ik er schijnbaar beter in die overstap te veranderen, maar gaat er meer geluid mee gepaard. Vroeger deed ik koppig voort met wat ik bezig was, en gaf ik geen kik. Tegenwoordig neem ik mijn verantwoordelijkheid meer op maar kreun en piep en zeur ik veel bij een overgang. Mijn liefste houdt daar rekening mee en stuurt me telkens ze met mij ergens heen wil een sms’je dat ik binnen 15 tot 20 minuten klaar moet zijn. Als ze het mij mondeling zou laten weten, zou ik wel eens nors durven reageren, en dat wil ze, terecht, niet horen.

Om toch iets bereikt te hebben op het einde van de dag, en mijn eten en nachtrust te verdienen, probeer ik die taakwisselingen dus zo vlot mogelijk voor te bereiden. De uitvoering daarvan lukt de ene dag natuurlijk vlotter dan de andere. Wie van mij consistentie verwacht, en de eisen van het leven bij te houden, moet ik teleurstellen. De hoeveelheid energie, wil en kracht die nodig is om elke horde in de dag weer te overwinnen, varieert bij mij enorm en is afhankelijk van een veelheid van invloeden. De ene dag haal ik de activiteit van een voltijdse werkman, de andere dag nauwelijks de activiteit van een rusthuisbewoner. Die inconsequentie valt moeilijk te begrijpen voor mensen die mij alleen vanuit dossiers kennen, of mij meemaken als ik op mijn best ben.

De verleiding is voor mensen die mij vanop afstand kennen erg groot om de kwestie van mijn traagheid te forceren, mij spreekwoordelijk ‘een schop in mijn achterste’ te geven, mij aan te sporen tot actie en het tempo aan te geven. Dat werkt hoogstens zeer tijdelijk, en is behoorlijk schadelijk op middellange en langere termijn. Meer zelfs, het zal vooral negatief gedrag stimuleren, zoals sabotage, weerstand, conflict, agressie … en mij tegen mezelf doen keren. Gelukkig ben ik in de loop der jaren goed geworden in het vermijden en ontwijken van mensen met een dwangstoornis in het activeren van ‘inactieven’. Af en toe ontmoet ik er wel eentje, en maken we samen grootste plannen maken voor activiteit, maar ook erkennen dat er voldoende medische gronden zijn om de uitvoering ervan uit te stellen tot na mijn overlijden.

Wat oplossingen voor mijn traagheid betreft, voorlopig ben ik daar nog over aan het mijmeren, maar lijkt een actie nog niet meteen voor vandaag. Intussen helpt het dat ik mild blijf voor mijn ontoereikenheid en tussen momenten van activiteit – ik doe echt wel iets, mocht u het tegendeel denken – voldoende tijd voor verademing te nemen. Tot ik weer in actie kom.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *
You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>