‘Hoe kan ik beter met iemand met autisme (ook wel autistisch mens genoemd) opschieten?’ Het is een vraag die ik relatief veel krijg, veelal van niet-autistische mensen maar ook van mensen die zelf autisme (zeggen te) hebben. Ook Sarah, zelf zonder autisme volgens haar, mailde me onlangs met die vraag, en ik probeer ze, ondanks veel twijfels, toch te beantwoorden.

‘Het lijkt zelden te lukken’, schrijft ze, ‘een goed contact te onderhouden met een autistisch persoon die ik al enkele jaren ken. Het is geen kwestie van aantrekken en afstoten, maar ik heb telkens het gevoel dat ik het verkeerd aanpak. Als autistisch persoon weet je vast hoe een autist het best benaderd wordt, en hoe het toch kan lukken om goed overeen te komen. Misschien lukt het alleen voor autisten om met autisten een goed contact te ontwikkelen?’

Ik vind het moeilijk om als autistisch man te antwoorden op de vraag hoe je als niet-autistisch mens beter opschiet met een andere autistische persoon. Het is niet omdat je ‘autist’ bent dat je weet hoe andere autisten functioneren. Overigens schrijven ook autistische mensen mij wel eens een mailtje (of berichtje via sociale media) waarin ze zich afvragen hoe bepaalde onderzoekers ertoe komen om te stellen dat autisten beter met elkaar zouden overeenkomen of elkaar beter zouden verstaan. Er zijn natuurlijk ook wel mensen die beweren dat autisten gewoon niet gemaakt zijn om met mensen (autistisch of niet) om te gaan. Omdat ze nou eenmaal een beter contact zouden hebben met dieren, dingen of het universum op zich dan met mensen.

Goed met mensen kunnen opschieten, dat is een kwaliteit die ik benijd en waarin ik me tekort voel schieten. Toch kom ik niet beter overeen met dieren (of dingen) dan met mensen. Het klikt dus niet noodzakelijk meer met autisten. Of ik daardoor minder autistisch zou zijn, mezelf teveel aangepast (geïntegreerd) zou hebben of gewoon zodanig contactgestoord ben, dat laat ik in het midden. Wat er ook van zij, ik probeer het al heel mijn leven aan te scherpen. Net zoals ik graag beter zou worden in onenigheden bijleggen. Zeker ingeval van een gezelschapspel. Ook al interpreteren anderen de regels vaak op een te creatieve manier, iets wat mij in korte tijd tot een spreekwoordelijk stekelvarken verandert.

De manier waarop iemand zich houdt aan (spel)regels geeft misschien niet de doorslag in het al dan niet overeen komen met iemand, maar ik denk dat het wel een rol speelt als je wil overeenkomen met autistisch mensen. Het zou ook kunnen helpen om duidelijk, helder en consequent te zijn, iemands mening te nemen voor wat het is (het respecteren maar niet te persoonlijk opvatten) en het ritme en de vorm van je communicatie aan te passen aan degene met wie je communiceert. Veel andere tips dan niet te veel theorie├źn in je achterhoofd te houden, en de autistisch mens voor je in de eerste plaats als mens te zien, zou ik eigenlijk niet kunnen geven. Vraag misschien het best aan de mens met autisme wat je zou kunnen om beter met hem/haar op te schieten? Dat lijkt volgens mij toch het meest logisch.

Helaas zijn er maar weinig mensen in mijn leven met wie het goed klikt of waar ik goed mee kan opschieten. Als dat wel het geval is, zou ik dat vooral wijten aan hun onverdroten volharding om kansen te blijven geven of met mij in contact te blijven.

Het best kom ik, gelukkig, overeen met Roos, mijn lief(ste). We delen een aantal interesses maar vullen elkaar vooral goed aan. Anders dan sommige mensen denken, komt dat niet omdat we beiden autistisch zijn. Net zomin als ons dialect, onze congruentie of onze intelligentie ons na 14 jaar samenhoudt. Onze gelijkaardige invulling van persoonlijke ruimte, bij elkaar zijn, samen leven, en liefde heeft er meer te maken, denk ik. Ons autisme, totaal verschillend van elkaar trouwens, heeft vooral als gevolg dat er ontzettend veel gecommuniceerd wordt, op ontzettend veel verschillende manieren, en zonder aan te nemen dat de een of de ander zijn eigen(aardig)heid moet opgeven.

Naast Roos kan ik behoorlijk opschieten met mijn ouders. Als ik de veelheid aan verhalen van mensen met autisme over de omgang met hun ouders hoort of lees, is dat een zeldzaam voorrecht. Helemaal vlot lukt het niet, ook mijn ouders zijn niet zonder beperkingen, dwalingen en de maatschappelijke druk dat hun kind ooit ‘gewoon’ wordt of was geweest. Met mijn broer en schoonzus die over de grote plas wonen, heb ik minder contact, maar ik heb de indruk dat ik relatief goed met hen opschiet.

Ook met mijn autismecoach en mijn huisarts kan ik goed opschieten, met respect voor de nodige afstand. Verder ook met de kinesist en mijn psychiater waar ik langsga. Verder kom ik graag in contact met mensen binnen mijn vrijwilligerswerk, en mensen waar ik via virtuele weg regelmatig een praatje sla.

Eigenlijk zijn er weinig mensen waar ik regelmatig contact mee heb die ik echt niet kan uitstaan. Ik kan namelijk heel moeilijk verbergen als ik iemand niet graag heb, en dat leidt al snel tot conflicten.

Vroeger heb ik nog geprobeerd dat beperkte sociaal netwerk dat ik heb, dat vooral uit hulpverleners bestaat, niet uit eenzaamheid maar uit plichtsbesef om aan mezelf te werken, uit te breiden, en mij erop toe te leggen met anderen meer overeen te komen.

Tegenwoordig is die ambitie, door afnemende energie of door toenemende wijsheid, veel verminderd, en probeer ik me niet teveel te richten op beter met (autistische en andere) mensen op te schieten. Misschien is dat een laatste tip die ik u zou willen geven: probeer niet te veel aan te dringen, blijf een kans geven maar laat het los als het niet meteen lukt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *
You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>