Foto van Tolga Ulkan op Unsplash

Januari is traditioneel de maand van recepties, feestelijke gelegenheden om elkaar te ontmoeten ter gelegenheid van een nieuw jaar. Tegenwoordig wisselt het heel sterk waar je woont en waar je bedrijf of organisatie ligt of zo’n receptie doorgaat of eerder een virtuele borrel wordt.

De school waar Marianne, een trotse filosofe met autisme, lesgeeft, houdt er in elk geval een. Marianne vraagt me hoe ik dat precies aanpak als ik op een receptie wordt uitgenodigd. Ze heeft al wat ervaring, maar twijfelt steeds in een bepaalde situatie. ‘Ik zie daar mensen praten met elkaar. Op een bepaald moment gaan ze met een ander of met anderen praten. Hoe gaat dat? Wanneer beslis je om het ene gesprek te beëindigen en een ander gesprek aan te knopen?’

Ik ben niet de eerste aan wie ze dat heeft gevraagd. ‘Tot nu toe kon niemand echt een goed antwoord geven. Ik mag al van geluk spreken als mensen mijn vraag begrijpen en mij niet aankijken alsof ik iets onmogelijks vraag. Met reacties als ‘dat voel je toch aan’ of ‘gewoon als je zin hebt’ ben ik niets.

Ooit vroeg ze het een professor wijsbegeerte, waar ze toen les bij volgde, en kreeg een merkwaardig antwoord.. “Die professor zei me dat ik volgens hem gerust na tien minuten het gesprek kon beëindigen om met iemand anders te praten. Kort daarna stond ik toevallig met hem te praten op een receptie. Toen ik hem na tien minuten vroeg of ik nu het best naar iemand anders ging, bekeek hij me heel raar en barstte in lachen uit. Versta jij daar iets van en kan je me uitleggen hoe jij dit soort situaties aanpakt?’

Het is herkenbaar dat veel mensen, zeker als ze niet-autistisch zijn, op die vraag zullen antwoorden dat je dat zou moeten kunnen aanvoelen. Voor mij komt dat over alsof de vraag hen niet interesseert, hoewel het natuurlijk ook kan dat ze zich echt niet bewust zijn van mensen voor wie dat aanvoelen niet zo vanzelfsprekend is.

Ik voel het in elk geval niet aan hoe lang het duurt vooraleer de ander verveeld raakt met mijn aanwezigheid of met wat ik probeer te vertellen. Er komen dus een aantal trucjes aan te pas om te weten wanneer het best is om van gesprekspartner te wisselen. Natuurlijk zijn die niet universeel, of passend in elke situatie, het is aan iedereen (met of zonder autisme) om zelf een pallet van helpende technieken uit te bouwen.

Om te beginnen vertrek ik van de veronderstelling dat ik niet interessant ben en wat ik vertel dat al evenmin is, en er niets moet op een receptie. Meestal probeer ik een van de eerste aanwezigen te zijn op de receptie. Zo kan ik met de gastheer/vrouw kennis maken en eventueel ook al een gesprekje aanknopen met wie er daarna aankomt. Als ik merk dat er geen aangename sfeer heerst, als ik me niet welkom voel, of er geen bekende gezichten zijn, blijf ik hoogstens een kwartiertje.

Ben ik wel in gesprek, dan hou ik meteen op wanneer ik negativiteit, oppervlakkigheid, monotone stem of gelaat, en flauwe moppen detecteer bij de ander. Ook als iemand begint over thema’s als religie, geld, politiek, eten of sport moet ik meestal dringend naar het toilet. Een ander signaal is dat er mensen bij mij komen staan, en binnen de minuut weer anderen aanspreken.

In een sociale training die ik ooit volgde, leerde ik over groene, oranje en rode thema’s, waarbij groen staat voor ‘blijven’, oranje voor ‘het loopt stilaan af hier’ en rood voor ‘ophoepelen’. Die wisselen natuurlijk per context, omgeving en gelegenheid, en het is vaak niet zo gemakkelijk om te weten wat ze precies zijn op dat moment.

Je zou de regel van de tien minuten van de professor kunnen aanhouden. Toch vind ik tien minuten al vrij lang om met iemand te staan praten op een receptie, en moet de ander zich echt wel geïnteresseerd getoond hebben. Als ik naar recepties ga, wat niet zo heel vaak gebeurt, probeer ik er ook niet langer dan een half uurtje te blijven. Dat kan langer zijn, als de omstandigheden (licht, kwaliteit van de lucht, kwaliteit van de gesprekken, …) zich ertoe lenen, maar mijn verstand protesteert al heel snel op zulke momenten.

Er zijn bovendien zoveel betere gelegenheden om mensen te ontmoeten of er een gesprek mee te voeren dan op een receptie. Misschien is een heus gesprek voeren zelfs niet eens de bedoeling. Tenzij dan met mensen waar ik ooit goed mee samengewerkt heb, of gestudeerd of nog steeds iets samen doe. In het andere geval is een receptie eerder een goede manier om iemand te laten weten dat je bestaat, je bereikbaar of aanspreekbaar bent en langs welke. Zo heb ik altijd wel een visitekaartje mee, in de eerste plaats ben ik dat zelf, en verder is er ook nog het papieren kaartje of de qr-code. Als dat duidelijk is gemaakt, dan vind ik dat het tijd is om te vertrekken. Hoeveel minuten per persoon dat duurt, is voor mij minder belangrijk.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *
You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>