Het overkomt iedereen wel eens, denk ik, dat je een belangrijke afspraak hebt, een ontmoeting waar je met spanning of misschien met enige tegenzin naar uit kijkt, of een dag die al maanden op je agenda staat aangestipt. Met rood omcirkeld.

Tot op die dag zelf. Het is nog vroeg in de ochtend. Je staat net op het punt om naar je werk te fietsen. Je mobiel laat van zich horen. De zevende van Beethoven, de veertigste van Mozart, of gewoon de standaardtune.

Als je opneemt hoor je de stem van de persoon met wie je had afgesproken die dag, of diens secretaresse, of assistent. Met de boodschap dat het niet doorgaat. Mijnheer of mevrouw, de arts of de loodgieter, de notaris of advocaat  … ze zijn ziek, covid van het nieuwste type, en de afspraak wordt verplaatst naar een veel latere datum. Al die zorgen die je je hebt gemaakt en voorlopig geen ontlading in het verschiet.

Erger nog, de persoon aan de andere kant van de lijn laat weten dat de afspraak vroeger kan doorgaan als je instemt met een datum en een plaats die voor jou helemaal niet passen. Nochtans is het een belangrijke afspraak, eentje die jouw leven ten gunste kan veranderen. Daar moet je dan wel weer heel wat afspraken in je agenda verschuiven, nogal wat mensen verwittigen en bovenal: je werkgever op de hoogte brengen dat je net op die dag er niet zal zijn. Je bent niet goed in liegen, dus als iemand je vraagt wat je van plan bent, moet je wel vertellen wat je liever voor jezelf had gehouden.

 ‘Wat zou jij doen in mijn plaats?’ vraagt Yorik, een lezer van Tistje die al een hele tijd een diagnose autisme heeft, aan mij in een mail waarin hij een soortgelijke situatie als bovenstaande uitlegt.

Moeilijk te zeggen, zonder het hele plaatje te kennen en zonder in veralgemeningen te vervallen. Ik kan me zo’n situatie best voorstellen, dat nog wel. Veel te levendig, helaas, want ik heb het al teveel meegemaakt en vind het vreselijke situaties.

Toch sta ik alleen in mijn eigen plaats, die voortdurend verandert, dus ik kan moeilijk echt zeker weten waar ik sta en al zeker niet waar Yorik staat. Ik kan hoogstens zeggen wat ik heb gedaan vroeger en wat ik terug zou doen in dergelijke omstandigheden. Kort samengevat : niets. Ik doe niets.

Of liever: ik doe verder met wat ik gepland had, met wat ik bezig ben. Ik werk af wat er afgewerkt moet worden, en denk bij het eerste vrije moment na over wat ik met de situatie aan moet.

Ik neem meestal niet eens op als er iemand onverwachts belt. Meestal ben ik te laat om op te nemen, hoor ik mijn smartphone niet, of staat mijn smartphone op ‘niet storen’. Zeker als ik fiets, het openbaar vervoer gebruik (met uitzondering van de trein) of met de auto onderweg ben. Ik hou er niet van mijn gesprekken te delen met medepassagiers op de bus, en fietsen of een auto besturen is al moeilijk genoeg om daarnaast ook nog te telefoneren.

Mijn antwoordapparaat staat dan ook regelmatig vol. Jammer genoeg staan er meestal stemmen op van mensen die niet goed weten hoe ze hun smartphone moeten uitzetten of hoe een antwoordapparaat precies werkt. Af en toe staat er ook een ingesproken boodschap in. Met de vermelding ‘bel me zo gauw mogelijk terug’. Terwijl dat eigenlijk verloren moeite is. Het gebeurt niet vaak dat ik zo gauw mogelijk terug bel. Ik sms, of stuur een mail of wacht op een goed moment om terug te bellen.

Vroeger zou ik wel eens gevloekt hebben, getierd, geroepen, met boeken gegooid hebben. Uit onmacht vooral, en om de spanning af te reageren.

Tegenwoordig doe ik dat niet meer, of stel ik dat uit. Of dat zoveel beter is weet ik niet, het toont wel beter, maar misschien is het niet gezonder voor mij. Ik blijf er in elk geval dagen, soms weken later nog mee zitten, daarin is er niet veel veranderd. Dat betekent natuurlijk niet dat ik ongevoelig ben voor de ziekte van die andere, of dat iemand ziek moet komen werken, maar als een afspraak verplaatst wordt ‘omdat er iets is tussen gekomen’, denk dan toch even aan de krater die zo’n afspraak achterlaat bij mij (of bij iemand anders met autisme).

In het geval ik een belangrijke afspraak heb waarvan ik liever niet heb dat mijn werkgever of collega’s het zouden weten (ingeval ik die zou hebben), zoals in het geval van Yorik, zou ik dat zo houden als het niet gaat om een kwestie die jouw leven moeilijker leefbaar maakt (door pijn of last) zonder oplossing.

Ik zou dus niet ingaan op de vraag om de afspraak op een vroegere datum te zetten, en daarbij mijn werkgever of andere mensen op de hoogte moeten brengen. Ook al bestaat de kans dat die helemaal geen details of motivatie vraagt bij je vraag. Vroeg of laat kan dat immers, subtiel of minder subtiel, toch vermengd geraken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *
You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>